alt

Het beveiligen van enkele cellen is niet moeilijk. Door in de celeigenschappen aan te geven welke cellen er beveiligd moeten worden voordat je de beveiliging activeert, zorg je ervoor dat niet alle inhoud wordt geblokkeerd. Begin met het selecteren van alle cellen door te klikken op het (lege) vakje links naast kolom »A« en direct boven rij »1«, of gebruik de toetscombinatie [Ctrl] + [A]. Klik in Excel 2003 op »Opmaak« en »Celeigenschappen…«. Vervolgens haal je op het tabblad »Bescherming« het vinkje weg bij »Geblokkeerd«. In de versies 2007 en 2010 vind je deze optie onder »Start«, »Opmaak« en »Cel vergrendelen«. Nu is er geen enkele cel meer beveiligd.

De volgende stap is het selecteren van de cellen die je wilt beveiligen. Om meerdere cellen te selecteren die niet aan elkaar grenzen, gebruik je de [Ctrl]-toets. Open het venster »Celeigenschappen« op dezelfde manier als hierboven en plaats het vinkje terug voor »Geblokkeerd« (2003) of »Cel vergrendelen« (2007 en 2010).

Als je de juiste cellen hebt geblokkeerd, hoef je alleen nog de beveiliging te activeren. Dit doe je door in Excel 2003 te klikken op »Extra«, »Beveiliging« en »Blad beveiligen«. In de versies 2007 en 2010 vind je deze optie onder »Controleren« en »Blad beveiligen«. Zorg dat er in ieder geval een vinkje staat voor »Het werkblad en de inhoud van vergrendelde cellen beveiligen« en geef indien gewenst een wachtwoord op. Na een klik op »OK« zijn de cellen geblokkeerd waarvoor je dat eerder had ingesteld.